De impact van de energietransitie op human capital

12 december 2019

Nederland is volop bezig met de overgang naar een CO2-vrije energievoorziening en de doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te worden. Dit is een gigantische opgave. De vraag die mij bezighoudt is; wie gaat de energietransitie uitvoeren? Hoeveel nieuwe arbeidskrachten zijn er überhaupt nodig? Over welke nieuwe kennis en kunde moeten deze arbeidskrachten beschikken? En hoe wordt er vandaag opgeleid voor morgen? Oftewel: welke impact heeft de energietransitie op human capital?

We komen mensen tekort

Er zijn onvoldoende vakkrachten beschikbaar in met name de sectoren bouw, infra en installatie. Een reden hiervoor is de demografische krimp die volgens het CBS in de komende vijf jaar in sommige Noordelijke streken oploopt tot 17%. Daarnaast verliezen we in de komende 5 tot 10 jaar 20% mensen in de installatiebranche, aangezien op dit moment 1 op de 5 werknemers 55 jaar of ouder is. Er is een lichte instroomstijging van technische studenten op het mbo, maar onvoldoende om het gat te vullen. Dat het imago van de sectoren niet altijd even positief is, draagt niet bij aan de groei van de instroom. Er is een soms een verkeerd beeld van de werkzaamheden en daarnaast is de sector conjunctuurgevoelig. Mensen zijn op zoek naar zekerheid. Neem bijvoorbeeld het stikstofprobleem, waardoor mensen in de bouw en infra (wederom) vrezen voor hun baan.

Van installateur naar adviseur

Zoals gezegd is de populariteit van de sectoren bij jongeren in het geding. Maar de rollen veranderen volgens Sander Mertens, lector energietransitie Haagse Hoogeschool. Installatietechnici zijn onmisbaar in de uitvoering van de energietransitie en hun rol verandert enorm. Naast de uitvoering krijgen zij steeds meer een adviserende rol.

Dit komt omdat er meer maatwerk nodig is. Het gaat verder dan alleen maar de ketel ophangen en aansluiten. Er komen immers steeds meer keuzes: zonder gas, met gas, combinatie met elektrisch? Welke installatie past het best bij de situatie en de toepassing waarvoor het nodig is? Het gaat allemaal om het afstemmen van vraag en aanbod en de ideale match. Dit vraagt naast installatiekennis ook om andere skills als ondernemerschap, communicatieve- en sociale vaardigheden.

We hebben specialisten nodig die in het brede veld van nieuwe energie kunnen bewegen. Die weten welke oplossingen bestaan en hoe we bijvoorbeeld om kunnen gaan met schaarste wanneer meer en meer huizen elektrisch verwarmd worden en ook nog eens elektrische auto’s opgeladen moeten worden.

In het kort moeten we dus toe naar een wereld waarin mensen zichzelf blijven ontwikkelen: Leven Lang Leren. En hoewel een gedeelte ligt bij de mensen zelf: eigen verantwoordelijkheid, een proactieve houding, willen leren, heeft het onderwijs daarin ook een groot aandeel. Wij zullen ze hierin namelijk moeten faciliteren.

Samenwerken is key

Om mensen – jong en oud –toekomstbestendig onderwijs te bieden, zal er conform de Triple Helix nauw moeten worden samengewerkt tussen de drie O’s (overheid, ondernemers, onderwijs). Delen is het nieuwe vermenigvuldigen. Want om meer en beter op de hoogte te zijn van alle ontwikkelingen en de energietransitie tot stand te brengen, hebben we elkaar nodig. Zo is de rol van de overheid ervoor te zorgen dat er passende wet- en regelgeving is en het onderwijs dient de methodiek en het curriculum af te stemmen op de vraag in de arbeidsmarkt. Dit kan door bijvoorbeeld een rooster te maken waarin ruimte is voor externe projecten en/of kennismomenten. Zo zorgen sommige mbo-instellingen ervoor dat studenten en docenten één dag per week vrij geroosterd worden om projecten in samenwerking met bedrijven te doen. Het bedrijfsleven vervult een belangrijke rol door hun kennis te delen en studenten te laten leren in de praktijk, zodat zij ervaring op kunnen doen met de nieuwste technologieën. Tevens is het van belang dat ze aangeven welke kennis en vaardigheden nodig zijn voor toekomstige werknemers.   

Kortom: een publiek-private samenwerking is onmisbaar voor de ontwikkeling van toekomstbestendig onderwijs voor vakkrachten in de energiesector. Een voorbeeld daarvan is het RIF-programma Gas 2.0.

Gas 2.0

In het programma Gas 2.0 werken zeven mbo-instellingen, vier gemeenten, drie provincies en inmiddels 50 bedrijven samen om studenten zo goed mogelijk op te leiden en voor te bereiden op een baan in de energiesector.

Dit doen we aan de hand van pijlers en thema’s en smart geformuleerde doelstellingen. Maar nog meer gaat het om de samenwerking te verduurzamen, zodat wanneer het programma eindigt in 2022, er een solide basis ligt om het onderwijs gezamenlijk te blijven ontwikkelen met als hoger doel de energietransitie te versnellen en ervoor te zorgen dat we als Nederland inspelen op de behoefte aan  hernieuwbare energiebronnen en een schonere wereld.