Energietransitie leidt tot grote maatschappelijke veranderingen

26 juni 2019

Op donderdag 20 juni 2019 stond de Duurzaam Doen Lezing bij Centrum Duurzaam van ROC Friese Poort in het teken van de ingrijpende gevolgen van de energietransitie. Theo J. Ockhuijsen, Anja Hulshof en Liesbeth Horstmann bespraken vanuit hun expertise de gevolgen die zij voorzien. Ruim 35 bezoekers waren aanwezig tijdens deze bijeenkomst in de Leeuwarder Conferentieruimte.

Bekijk hier een foto-impressie van de Duurzaam Doen Lezing

Connect2025

Theo J. Ockhuijsen, directeur van Innovatie Express en BIMpuls, spitste zijn verhaal toe op Connect2025, een toekomstverkenning voor Nederland en de installatiebranche. ‘We staan aan de vooravond van een big shift. Bedrijven vinden het moeilijk grip te krijgen op de energietransitie. Eén ding is echter duidelijk: niet de grootste en slimste, maar de meest adaptieve organisaties zullen overleven. Organiseren verloopt namelijk anders in de toekomst, de wereld verandert té snel en is té complex om alles alleen te doen. De grenzen van technische vakgebieden vervagen; Connect2025 biedt ons, aan de hand van meerdere thema’s, een behulpzame toekomstvisie. Het eerste onderwerp binnen deze zienswijze betreft ‘de stad Nederland’, waarbij gestapelde bouw, gedeelde mobiliteit en lokale voedselproductie kernpunten vormen. Nul is tijdens deze ontwikkelingen de norm: uitstoot of afval zijn taboe in jacht op een circulaire economie.’

Ockhuijsen voorziet echter meer veranderingen. ‘Data ontwikkelt zich de komende jaren tot grondstof en slimme software in gebouwen wordt gemeengoed. Zo kan men monitoren op afstand, waardoor de nadruk verschuift van producten richting dienstverlening.’ Volgens de spreker denken mensen nog teveel in bestaande sectoren en branches. Grenzen hiertussen zullen vervagen, verwacht hij. ‘Een goed voorbeeld is de Home-applicatie van Apple, waarmee je alle aangesloten apparatuur in en rondom huis kunt bedienen. Van camera’s tot sloten en van garagedeuren tot lampen. Ook in de bouw verlopen de veranderingen razendsnel, zoals de verschuiving richting prefab woningen of BIMMEN (virtueel bouwen, red.). BIM, de afkorting van Building Information Modeling, zorgt ervoor dat alle belangrijke informatie gedurende een bouwproces wordt opgeslagen, gebruikt en beheerd in een digitaal (3D) gebouwmodel. Alle betrokkenen werken met dezelfde – altijd beschikbare en actuele – informatie en zien dus allen hoe het traject verloopt. Het slotthema van CONNECT2025 behelst Mensenwerk, waar ‘oude’ en ‘nieuwe’ kennis naast elkaar zullen bestaan. Naast de toenemende nadruk op IT blijven ook oude specialismen als het onderhouden van het bestaande gasnetwerk relevant. Robots en augmented reality zullen bij werkzaamheden als hulpmiddelen dienen voor werknemers’, aldus de eerste spreker tijdens de lezing.

‘Samenvattend: de maatschappij zal de komende jaren ingrijpend veranderen. Traditionele rollen van bouwers, installateurs en producenten veranderen diepgaand. Digitalisering heeft een grote invloed op hun functies en gerelateerde processen. Bedrijven die zich niet aanpassen, zullen verdwijnen.’

Energy College

Om de energietransitie te doen slagen, heeft Noord-Nederland behoefte aan tienduizenden technische specialisten. Het gaat daarbij de komende jaren om 40.000 tot 70.000 vaklieden, denkt Anja Hulshof, programmamanager van onderwijsproject Gas 2.0 en tweede spreker tijdens deze Duurzaam Doen Lezing. ‘Daarom bestaat Energy College, het samenwerkende collectief van onderwijs, bedrijven en overheden in Noord-Nederland.’ Hulshof praat betrokkenen de komende periode bij over het Gas 2.0-programma, waarmee nieuwe arbeidskrachten worden klaargestoomd voor de nieuwe energie-economie.

‘Met het Energy College-programma worden in het mbo vakmensen, studenten, docenten en zij-instromers opgeleid, die in Noord-Nederland kunnen bijdragen aan de overstap van fossiele naar duurzame energie; het gaat dan om werving, onderwijsvernieuwing en het opzetten van een actieve community’, aldus de programmamanager. ‘Het programma is een gezamenlijk project van noordelijke mbo’s, bedrijven, provincies en gemeenten. Het project speelt in op de toenemende vraag naar duurzame energievoorziening en de daarmee veranderende economie in de regio. Die transitie vraagt om andere en ook nieuwe kennis en vaardigheden.’

‘In het Energy College-programma werken 7 roc’s en aoc’s in Friesland, Groningen en Drenthe en 45 regionale bedrijven samen, waaronder ROC Friese Poort. Het project wordt verder ondersteund door de provincies Drenthe, Friesland en Groningen en gemeenten Ameland, Assen, Emmen, Groningen en Leeuwarden’, besluit Hulshof.

Nieuwe website

Liesbeth Horstmann, vanuit Drenthe College als projectmanager Techniek betrokken bij het door Hulshof beschreven initiatief, ging in op de nieuwe website van Energy College. ‘De energiesector in Noord-Nederland verandert door de afnemende aardgaswinning en de groeiende markt voor duurzame alternatieven’, aldus Horstmann. ‘Deze energietransitie vraagt om innovatieve werknemers met nieuwe inzichten, kennis en vaardigheden. De nieuwe website van Energy College fungeert hiervoor als solide basis. Zoals hierop te zien is, bestaat het onderwijs aan het Energy College uit een aantal algemene basismodules die studenten aan technische opleidingen in hun eerste jaar volgen. Vervolgens kunnen zij zich specialiseren. Dit gebeurt op zogeheten hotspots: leer-werkomgevingen met een specifieke thema’s zoals offshore windenergie, automotive of smart grids, waar bedrijfsleven en onderwijsinstellingen onder één dak zitten. Daar kunnen mbo-studenten theorie en praktijk leren, stage lopen en afstuderen.’

Duurzaam Doen Lezing

De Duurzaam Doen Lezing is een maandelijks terugkerende bijeenkomst bij Centrum Duurzaam van ROC Friese Poort. Tijdens deze sessie behandelen deskundige gastsprekers een actueel duurzaamheidsthema. Hiermee brengt Centrum Duurzaam een koppeling tot stand tussen onderwijs en bedrijfsleven. Bovendien profileert de locatie zich op deze wijze als duurzaam kenniscentrum binnen Friesland.

Bekijk hieronder de presentatie van Theo J. Ockhuijsen en de bijpassende YouTube-video: